Compositie

Bij compositie zijn een aantal basisregels van belang: eenvoud, regel-van-drieën, lijnen en vormen en kadering. Deze regels heb je al ontzettend veel in de praktijk gezien maar misschien heb je er nooit bij stilgestaan. Let, na het lezen van deze tips, maar eens op reclamefoto's in een tijdschrift of op billboards. Door het hanteren van deze regels zullen je foto's in één klap veranderen van aardige kiekjes in aantrekkelijke foto's. Zodra je meer ervaring met fotograferen hebt opgedaan zal je deze regels automatisch toepassen of er juist opzettelijk van afwijken. Voor het zover is zal je eerst veel moeten oefenen.

Eenvoud

Probeer het beeld simpel te houden. Probeer de kijker direct duidelijk te maken wat het hoofdonderwerp is. Probeer niet te veel onderwerpen in het beeld op te nemen. Neem eens een stapje naar links, rechts of naar voren of zoom iets verder in. Opvallende voorwerpen of een storende achtergrond kunnen de aandacht afleiden van het hoofdonderwerp, probeer daarom te zoeken naar een egale achtergrond of zorg ervoor dat de achtergrond vaag is door een laag diafragmagetal te gebruiken.

Regel-van-drieën

Regel-van-drieenBlader eens door de reclamefoto's in een tijdschrift of door een fotoboek en let op de plaatsing van het onderwerp. Het zal je opvallen dat het onderwerp zich zelden in het midden van het beeld bevindt. Compositie, regel-van-drieënZodra je de eenvoudige, zogenaamde regel-van-drieën op je foto's toepast, zal je merken dat je foto's direct sterk verbeteren.  Hoe werkt de regel-van-drieën? Deel het beeld in de zoeker van de camera denkbeeldig zowel horizontaal als verticaal in drieen. Je krijgt nu vier snijpunten. Plaats het onderwerp op een van de snijpunten voor een sterke compositie. Bij landschapfoto's plaats je volgens de regel-van-drieën de horizon niet in het midden van de foto maar op de onderste of de bovenste lijn. Bij een mooie lucht, plaats je de horizon op de onderste denkbeeldige lijn. Bij een saaie, kleurloze lucht, plaats je de horizon op de bovenste lijn. Figuur 4.1 geeft een voorbeeld van de regel-van-drieën. Het onderwerp, de vuurtoren in een verder kale zandvlakte, bevindt zich op een van de weergegeven snijpunten. Als de vuurtoren in het midden van de foto was geplaatst, zou een heel stijf beeld zijn ontstaan. Probeer tijdens het fotograferen verschillende foto's te maken waarbij je het onderwerp iedere keer op een ander snijpunt plaatst of waarbij je de horizon verplaatst. We zijn gewend van links naar rechts te kijken en hetzelfde geldt ook als we een foto bekijken. Het onderwerp komt daarom het meest tot zijn recht als het aan de linkerkant van het beeld wordt geplaatst.

Lijnen en vormen

Lijnen kunnen een foto extra dynamiek en een gevoel van diepte geven. Door goed gebruik te maken van lijnen, kan je de ogen van de kijker door het beeld richting het onderwerp leiden. Een lijn die van linksonder naar rechtsboven loopt trekt de kijker als het ware de foto in. Lijnen komen overal voor: een pad in een bos of weiland, en rij strandpalen, een tuinhek, enz, enz. Vormen (cirkels, vierkanten en driehoeken) geven een beeld rust. Zoek niet alleen naar vormen van individuele objecten maar probeer te zoeken naar objecten die in een bepaalde vorm samenkomen.

Kadering

Kadering is het insluiten van je onderwerp door objecten in de voorgrond. Kadering kan het beeld meer diepte geven. Een voorbeeld van kadering is een landschap ingesloten door de taken van een boom in de voorgrond. Let op dat het onderwerp en de objecten die als kadering dienen wel bij elkaar passen. Zorg ervoor dat de kadering richting de foto 'wijst'. Mensen, dieren of wegbewijzering dienen de foto in te kijken of wijzen. Overdrijf de kadering niet; te veel takken of boomstammen kunnen als storend worden ervaren.

TipEen aantal camera's biedt de mogelijkheid om hulplijnen in de zoeker of lcd scherm te projecteren. Naast een hulpmiddel om de foto in evenwicht te houden, is het hiermee veel eenvoudiger om de regel-van-drieën toe te passen.

OefeningMaak een drietal landschapfoto's (bijvoorbeeld van een weiland, duin of strand). Plaats de horizon in het midden van het beeld, op de denkbeeldige onderste en op de denkbeeldige bovenste lijn. Merk op dat het beeld aantrekkelijk is wanneer de horizon zich niet in het midden van het beeld bevindt.