macrofotografie

Veel compact camera's beschikken over een macrostand. Voor spiegelreflexcamera's bestaat een groot assortiment macrolenzen of tussenringen. De meeste macrolenzen kunnen een vergroting van 1:1 aan: het onderwerp wordt op ware grootte op de sensor geprojecteerd, perfect voor het fotograferen van insecten of kleine bloemen. Een goede brandpuntafstand voor macrofotografie ligt tussen de 60 en 150 mm. Hoe groter de brandpuntafstand, des te verder je van het onderwerp verwijderd kunt blijven om toch een mooie close-up opname te maken. Een goedkopere oplossing dan het aanschaffen van een macrolens is een tussenring of een omkeerring. Een tussenring wordt tussen de camerabody en het objectief geplaatst, waardoor onderwerpen veel dichterbij kunnen worden gehaald. Middels een omkeerring kan het objectief omgekeerd op de body bevestigd worden. Voor extreme close-up foto's kan je zowel een tussenring als een macro-objectief gebruiken!

Behalve een goed objectief kan ook een goede flitser onmisbaar zijn voor macrofotografie. In een zonnig weiland is het aanwezige licht meer dan voldoende voor macrofotografie maar binnenshuis of op een bewolkte dag is een flitser al snel een noodzaak. Veel compact camera's en spiegelreflexcamera's hebben een ingebouwde flitser maar deze zijn voor macrofotografie onbruikbaar. Omdat het onderwerp zich dicht bij de camera bevindt zou de ingebouwde flits grotendeels over het onderwerp heen flitsen. Voor spiegelreflexcamera's bestaan daarom speciale macroflitsers of ringflitsers. Een ringflitser is een flitser die vooraan het objectief wordt bevestigd en het onderwerp rondom uitlicht.

MacrofotografieMaak de macrofoto's bij voorkeur door de camera in te stellen in de handmatige stand of in de A-stand (Aperture priority). In de A-stand kies je zelf het diafragma en regelt de camera de sluitertijd. Gebruik waar mogelijk een statief maar houd er bij het instellen van de sluitertijd rekening mee dat een bloem of tak door de wind kan bewegen en dat een insect zelden stil blijft zitten. Probeer een sluitertijd van 1/500 sec aan te houden om bewegingsonscherpte te voorkomen. Een storende achtergrond kan de aandacht van het onderwerp afleiden. Zorg er daarom voor dat de kleur van de achtergrond goed bij het onderwerp past en dat de achtergrond onscherp is en het onderwerp scherp. In het hoofdstuk over diafragma heb je kunnen lezen hoe je er voor zorgt dat de achtergrond onscherp is en het onderwerp scherp: hoe kleiner het diafragmagetal, hoe kleiner de scherptediepte. Als startpunt kan je bij macrofotografie uitgaan van een diafragma van F8 maar maak altijd verschillende foto's met een kleiner en groter diafragma. Zeker wanneer je digitaal fotografeert kan je altijd beter te veel dan te weinig foto's maken. Stel scherp op het belangrijkste deel van het onderwerp (bij insecten bijvoorbeeld de ogen).

Figuur 5.1 laat een macro-opname van een libel zien. De onscherpe achtergrond leidt niet af van het onderwerp en steekt door de afwijkende kleur voldoende af van het onderwerp. Voor deze foto is een diafragma van F8 gebruikt.

Macrofotografie: TipsMaak meerdere foto's met een verschillend diafragma. Neem diafragma F8 als uitgangspunt en maak foto's met een groter en een kleiner diafragma.

Macrofotografie Tip 1Als je een foto van een insect maakt, benader je onderwerp dan langzaam. Maak geen plotselinge bewegingen en probeer op dezelfde hoogte als het dier te blijven.

Macrofotografie tipZorg ervoor dat de achtergrond de aandacht niet van het onderwerp afleidt. Probeer het onderwerp volledig scherp in beeld te krijgen en de achtergrond vaag.