Snel van start met fotografie

Wil je leren fotograferen maar geen idee waar je moet beginnen? Hier gaan we stap voor stap langs de belangrijkste facetten van fotografie waarmee je snel kan beginnen met het maken van betere foto's. Door de richtlijnen die hier zijn beschreven te volgen zal je direct mooiere foto's maken. De meeste onderwerpen die beschreven staan in de fotografietips passeren hier kort de revue. Wil je meer weten over een bepaald onderwerp? Ga dan verder met de fotografietips. 

Compositie

Compositie is misschien wel het belangrijkste onderdeel van fotografie. Compositie bepaald hoe de kijker naar het onderwerp kijkt. Welk onderwerp staat in het beeld? Hoe staat het onderwerp in het beeld? Vanuit welke hoek en onder welke lichtinval fotografeer je het onderwerp? De locatie en omgeving van het onderwerp kan een foto interessanter maken en kan de interesse van de kijker wekken en vasthouden. 

Let bij het bepalen van de compositie op de volgende richtlijnen:

Regel van drieën

Verdeel het beeld met twee horizontale lijnen en twee verticale lijnen in 9 denkbeeldige vakken. Plaats het onderwerp op een van de snijpunten. Maak je een landschapfoto? Plaats de horizon op de bovenste of onderste lijn. 

Lijnen

Zoek naar lijnen in het beeld en probeer de ogen van de kijker via de lijnen naar het onderwerp te trekken. Denk bij lijnen bijvoorbeeld aan een weg, een sloot of een hek. 

Achtergrond

Zorg ervoor dat de achtergrond niet storend is voor het onderwerp. Een rommelige, drukke achtergrond kan de aandacht van het onderwerp afhouden. Zoek naar een egale achtergrond of zorg voor een vage achtergrond door een laag diafragmagetal te gebruiken (zie Diafragma). 

Verlichting

Zorg voor een goede verlichting van de foto en bedenk vooraf goed welk effect het licht op de foto heeft. Als er niet voldoende natuurlijk licht aanwezig is, gebruik dan een flitser.

Natuurlijk licht

Natuurlijk licht is het mooist als de zon laag staat. Probeer foto's in de buitenlucht dus vooral kort na zonsopkomst en kort voor zonsondergang te maken om de foto's een mooie, warme sfeer te geven. Midden op de dag kan zonlicht voor felle, overbelichte vlakken op de foto zorgen. 

Kunstlicht

Fotografeer je in situaties waar onvoldoende natuurlijk licht aanwezig is, gebruik dan een flitser. Gebruik je een losse flitser, probeer het flitslicht dan zoveel mogelijk te weerkaatsen via een vlak, licht oppervlak zoals een plafond om te voorkomen dat alleen het onderwerp fel verlicht wordt. 

Licht reflecteren

Een reflector of licht voorwerp kan het licht weerkaatsten op het onderwerp waardoor donkere vlakken verlicht worden. 

Schemering

Situaties waarin weinig licht aanwezig is kan interessante foto's opleveren maar maak gebruik van een statief of een hoge ISO-waarde om te voorkomen dat de foto bewegingsonscherpte bevat.

Belichting

De belichting van een foto wordt bepaald door het diafragma, de sluitertijd en de ISO-waarde. Deze waardes kunnen door de camera automatisch bepaald worden maar op de meeste camera's is het ook mogelijk om deze waardes handmatig in te stellen. Een te lichte foto wordt overbelicht genoemd, een te donkere foto onderbelicht. 

Diafragma

Het diafragma-getal bepaald de hoeveelheid licht dat op de sensor van de camera valt. Een laag diafragma-getal, oftewel een grote diafragma-opening, laat veel licht op de sensor vallen. Een groot diafragma-getal, oftewel een kleine diafragma-opening, laat weinig licht op de sensor vallen. Naast de hoeveelheid licht bepaald de diafragma ook de scherptediepte van de foto. Hoe groter het diafragma-getal, hoe groter de scherptediepte van de foto. Bij een laag diafragma-getal zal dus het onderwerp scherp zijn maar de voor- en achtergrond vaag, bij een hoog diafragma-getal zal het onderwerp en de voor- en achtergrond scherp zijn. 

Sluitertijd

De sluitertijd bepaald hoe lang de sluiter geopend is en bepaald dus de hoeveelheid licht dat op de sensor valt. Bij een te lange sluitertijd kan bewegingsonscherpte ontstaan. 

ISO

ISO-waarde bepaald hoe gevoelig de sensor is voor invallend licht. Hoe hoger de ISO-waarde, hoe gevoeliger de sensor voor het licht is. Een hogere ISO-waarde levert een lichtere foto op of betekend dat je een kortere sluitertijd of een groter diafragma-getal kan gebruiken. Een hogere ISO-waarde betekend echter ook meer ruis of korrel in de foto.